ECLI:NL:PHR:2012:BY0226
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bedrieglijke bankbreuk door niet overleggen administratie na faillissement
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens bedrieglijke bankbreuk omdat zij niet voldeed aan de verplichting haar administratie, boeken en bescheiden te bewaren en te overhandigen na haar faillietverklaring op 4 juli 2007. De curator had herhaaldelijk gevorderd de administratie te overhandigen, maar verdachte reageerde niet en de administratie ontbrak.
Verdediging voerde aan dat verdachte niet op de hoogte was van haar faillissement en dus niet wist van haar verplichtingen. Het hof oordeelde echter dat verdachte wel degelijk kennis had van het faillissement, onder meer vanwege loonbeslag, openbare verkoop van haar woning en blokkering van de bankrekening.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de bewezenverklaring toereikend heeft gemotiveerd en dat het ontbreken van kennis van het faillissement het bewezenverklaarde feit niet in de weg staat. Wel merkt de Hoge Raad op dat het hof kennelijk ten onrechte ook de schending van de bewaarplicht heeft bewezen verklaard, terwijl alleen de afgifteplicht kan worden bewezen uit de bewijsmiddelen. Dit leidt echter niet tot cassatie omdat dit de strafwaardigheid niet beïnvloedt.
Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens bedrieglijke bankbreuk wegens het niet overleggen van administratie na faillissement.