ECLI:NL:PHR:2012:BX9023
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en terugvordering onkostenvergoedingen aan gemeenteraadslid wegens strijd met artikel 99 Gemeentewet
Deze zaak betreft de terugvordering van onkostenvergoedingen die een gemeenteraadslid van het CDA in Amsterdam ontving via de Stichting Bestuursassistentie, gefinancierd door de gemeente. De vergoedingen werden toegekend naast de wettelijk toegestane vaste onkostenvergoeding en betroffen forfaitaire bedragen voor fractieondersteuning.
De rechtbank en het hof oordeelden dat deze betalingen in strijd waren met artikel 99 van Pro de Gemeentewet, dat het ontvangen van andere vergoedingen dan de wettelijk toegestane verbiedt. Hoewel de betalingen niet rechtstreeks door de gemeente werden gedaan, waren zij gefinancierd met gemeentegelden, waardoor het hof oordeelde dat de vergoedingen ten laste van de gemeente kwamen. Dit maakte de rechtshandelingen nietig op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro.
De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en verwierp de klachten van het gemeenteraadslid. Het hof had terecht geoordeeld dat het onderscheid tussen kosten gemaakt als raadslid en fractielid onhoudbaar was en dat de vergoedingen een vorm van bezoldiging vormden die niet door de wet waren toegestaan. Ook werd vastgesteld dat de wetenschap van partijen omtrent het verbod niet relevant was voor de nietigheid van de betalingen.
De uitspraak benadrukt het belang van het strikt naleven van de wettelijke regels omtrent vergoedingen aan gemeenteraadsleden en bevestigt dat onrechtmatige betalingen teruggevorderd kunnen worden als onverschuldigde betaling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de onkostenvergoedingen nietig zijn en teruggevorderd mogen worden.