ECLI:NL:PHR:2012:BX7895
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng onroerende zaken in commanditaire vennootschap zonder aandelenkapitaal
In deze zaak staat centraal of de inbreng van onroerende zaken door een BV in een commanditaire vennootschap (CV) in 1999 vrijgesteld is van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BvR). De BV bracht per 30 december 1999 onroerende zaken in de CV in, terwijl reeds plannen bestonden om deze onroerende zaken door te verkopen aan een derde partij. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen overdrachtsbelasting op, die door de Rechtbank en het Gerechtshof deels werden verminderd maar gehandhaafd bleven.
De Hoge Raad stelt vast dat in 1999 het systeem van de Registratiewet 1882 nog grotendeels gold, waarbij inbreng van onroerende zaken in personenvennootschappen niet leidde tot overdrachtsbelasting, maar pas bij ontbinding en toedeling aan een ander dan de inbrenger. De wetgever maakte geen onderscheid tussen eigenlijke en oneigenlijke inbreng. De verhouding tussen kapitaalstorting en creditering in rekening-courant deed niet ter zake voor de toepassing van de vrijstelling. Ook het feit dat de onroerende zaken al bestemd waren voor verkoop aan een derde was niet relevant voor de vrijstelling bij inbreng in een personenvennootschap.
De Hoge Raad oordeelt dat de civielrechtelijke kwalificatie van inbreng leidend is voor de fiscale beoordeling en dat de BV de onroerende zaken ter voldoening aan haar inbrengverplichting aan de CV heeft overgedragen. De subsidiaire stelling van de Staatssecretaris dat sprake zou zijn van fraus legis of fiscale kwalificatie wordt verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en omdat de fiscus zich pas in cassatie op fraus legis beroept. Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt zelf afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en oordeelt dat de inbreng van onroerende zaken in de CV in 1999 vrijgesteld is van overdrachtsbelasting.