ECLI:NL:PHR:2012:BX5795
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging tot voortgezet verblijf en deelbeschikking in Bopz-zaak
In deze zaak gaat het om de beoordeling van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet Bopz. Betrokkene verbleef in het ziekenhuis en de officier van justitie verzocht om verlenging van deze machtiging. De rechtbank verleende een machtiging voor zes maanden en hield de beslissing over een langere termijn aan.
De raadsman van betrokkene stelde primair dat een voorwaardelijke machtiging volstaat, omdat betrokkene niet uit het ziekenhuis wil en geen andere woonruimte heeft. De rechtbank wees dit af, omdat een voorwaardelijke machtiging volgens de Hoge Raad gericht is op verblijf buiten het ziekenhuis en niet past bij vrijheidsbeperkingen binnen het ziekenhuis. De rechtbank motiveerde haar beslissing met de huidige situatie van betrokkene, die weliswaar verbeterd is maar nog steeds beperkingen kent.
De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld en dat de motivering voldoende inzichtelijk is. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank terecht een deelbeschikking heeft gegeven waarbij het verzoek voor zes maanden is toegewezen en het verzoek voor een langere termijn is aangehouden. De overschrijding van de beslistermijn leidt niet tot nietigheid en de procedure voldoet aan de eisen van het EVRM. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot machtiging tot voortgezet verblijf voor zes maanden blijft van kracht.