ECLI:NL:PHR:2012:BX4439
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vormverzuim en bewijsuitsluiting bij onrechtmatige doorzoeking auto in witwaszaak
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor witwassen van een geldbedrag van €100.800, maar het hof sprak hem in hoger beroep vrij vanwege onrechtmatigheid bij de doorzoeking van zijn auto. De doorzoeking vond plaats zonder dat verdachte eerst zijn legitimatie had kunnen tonen, wat het hof als een ernstig vormverzuim kwalificeerde dat bewijsuitsluiting rechtvaardigde.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad betoogde dat het hof ten onrechte oordeelde dat het vormverzuim was begaan tijdens het voorbereidend onderzoek in de zin van art. 359a Sv, terwijl dit niet het geval was. Ook was de motivering van het hof voor bewijsuitsluiting ontoereikend, omdat het niet de drie in art. 359a Sv genoemde factoren had meegewogen.
De Hoge Raad volgt deze conclusies en vernietigt het arrest van het hof. De zaak wordt terugverwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep, waarbij het hof de bewijsuitsluiting en de motivering daarvan opnieuw moet beoordelen aan de hand van de juiste rechtsregels.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.