ECLI:NL:PHR:2012:BX4155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging werkstraf wegens feitelijk aanranden van de eerbaarheid
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Hof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor feitelijk aanranden van de eerbaarheid van een jonge vrouw, een stagiaire bij ABN-AMRO. De verdachte had haar ongewenst lichamelijk contact verschaft, waaronder het aanraken van haar bil en borst. Het hof baseerde zijn oordeel op meerdere bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van het slachtoffer, getuigen en de verdachte zelf.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, omdat de aangifte niet door ander bewijs werd gesteund zoals vereist in artikel 342 lid 2 Sv Pro. Het hof oordeelde echter dat de verklaring van het slachtoffer voldoende steun vond in andere bewijsmiddelen, zoals getuigenverklaringen en het gedrag van de verdachte na het incident.
De Hoge Raad overwoog dat het hof zijn bewijsminimum op juiste wijze had toegepast en dat de motivering van de bewezenverklaring toereikend was. Tevens werd vastgesteld dat het hof het vonnis van de politierechter bevestigde, inclusief de strafoplegging van een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde het arrest.
De strafoplegging werd als passend beschouwd gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden, waarbij het hof rekening hield met het feit dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld en het tijdsverloop sinds het delict. Het hof achtte geen reden aanwezig om de verdachte schuldig te verklaren zonder strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de werkstraf van 40 uur wegens feitelijk aanranden van de eerbaarheid.