ECLI:NL:PHR:2012:BW9183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid OM bij vervolging hennepdelict ondanks beperkte plantenaantal
In deze zaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) centraal bij de vervolging van verdachte wegens het bezit van een aanzienlijke hoeveelheid henneptoppen. Het hof had geoordeeld dat het OM ontvankelijk was omdat in de woning van verdachte 326 gram henneptoppen was aangetroffen, wat ruim boven de richtlijn van maximaal vijf planten of vijf gram ligt. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts vijf hennepplanten had en dat het OM daarom niet ontvankelijk had moeten worden verklaard, verwijzend naar de richtlijn voor strafvordering Opiumwet.
De Hoge Raad herhaalt in haar arrest de uitleg van de Aanwijzing Opiumwet van 6 februari 2002, waarin is bepaald dat een politiesepot in de regel geldt bij teelt van maximaal vijf planten, ongeacht de hoeveelheid opbrengst. Het hof had echter geoordeeld dat het gewicht van 326 gram doorslaggevend was en dat het aantal planten niet relevant was, wat volgens de Hoge Raad een onjuiste rechtsopvatting is.
Daarnaast constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke inzendtermijn in cassatie, maar ziet geen aanleiding om ambtshalve het arrest te vernietigen op andere gronden. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof de juiste uitleg van de Aanwijzing Opiumwet moet toepassen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug vanwege onjuiste toepassing van de richtlijn omtrent vervolging bij maximaal vijf hennepplanten.