ECLI:NL:PHR:2012:BW8680

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04310
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad corrigeert proeftijd bij voorwaardelijke gevangenisstraf wegens belaging

Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar en een bijzondere voorwaarde dat hij gedurende de proeftijd geen contact mag opnemen met de aangever. Tevens werd een taakstraf en gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerdere straf opgelegd.

Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat de proeftijd onterecht op drie jaar was gesteld, terwijl de toepasselijke maximum proeftijd voor bijzondere voorwaarden twee jaar bedraagt. De Hoge Raad oordeelt dat het contactverbod een bijzondere voorwaarde is zoals bedoeld in art. 14c lid 2 onder 5 Sr, en dat de proeftijd daarom maximaal twee jaar mag zijn.

De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest waarin de proeftijd op drie jaar is gesteld en herstelt dit ambtshalve naar twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van andere onderdelen van het arrest.

Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de proeftijd van drie jaar naar twee jaar bij de voorwaardelijke gevangenisstraf wegens belaging.

Conclusie

Nr. 10/04310
Mr. Silvis
Zitting 17 april 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 26 augustus 2010 door het Gerechtshof te Amsterdam wegens "belaging" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van drie jaar, en met de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met aangever, alsmede tot 70 uur taakstraf bestaande uit een werkstraf, subsidiair 35 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts de gedeeltelijke tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf en de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel opgelegd. .
2. Namens verdachte heeft mr. J.S. Nan, advocaat te Dordrecht, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het hof de proeftijd ten onrechte heeft gesteld op drie jaar, nu het immers gaat om een bijzondere voorwaarde die het gedrag van de veroordeelde betreft, en de toepasselijke maximum proeftijd twee jaar bedraagt.
4. Het middel is terecht voorgesteld. Het Hof heeft verdachte onder meer veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van drie jaar, met de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze contact zal opnemen met aangever. Een contactverbod is een bijzondere voorwaarde , het gedrag van de veroordeelde betreffende, zoals bedoeld in art. 14c lid 2 onder 5 Sr. Art. 14b lid 2 Sr(1) houdt in dat de proeftijd in, onder meer, artikel 14c lid 2 onder 5 ten hoogste twee jaar bedraagt.
5. Het Hof heeft derhalve ten onrechte een proeftijd van drie jaar opgelegd. De Hoge Raad kan deze misslag zelf herstellen.(2)
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover het hof een proeftijd van drie jaar heeft vastgesteld, onder bepaling dat de proeftijd wordt vastgesteld op twee jaar, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zoals dat luidt na de wijziging bij Wet van 26 november 2009, Stb. 525, 11 (i.w.tr. op 1 april 2010).
2 Vgl. HR 21 december 2010, LJN: BN9210.