ECLI:NL:PHR:2012:BW7838
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Begrip 'stukken' in herroeping vonnis en termijnoverschrijding bij bouwvergunningen
In deze zaak staat centraal de vraag wat onder 'stukken' moet worden verstaan in de zin van artikel 382 aanhef Pro en onder b Rv bij een vordering tot herroeping van een vonnis. Eiser betoogt dat de rechtbank ten onrechte feiten als waar heeft aangenomen die later als vals werden aangemerkt, en dat dit tot herroeping van het vonnis zou moeten leiden.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip 'stukken' betrekking heeft op bewijsstukken zoals brieven en akten, en niet op processtukken zoals conclusies of pleitnotities waarin onjuiste feiten kunnen voorkomen. De rechtbank hoeft de onjuistheid van feiten niet te onderzoeken in het kader van herroeping.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat eiser niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens overschrijding van de termijn van drie maanden voor het instellen van de vordering tot herroeping. De termijn vangt aan nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en eiser heeft te laat gedagvaard.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat de vordering tot herroeping niet ontvankelijk is en dat de eerdere vonnissen blijven staan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot herroeping van het vonnis wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.