ECLI:NL:PHR:2012:BW7010
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op omgang en informatie biologische vader zonder gezag
In deze zaak verzocht de biologische vader, die niet de wettige vader was en geen gezag over het kind had, om een omgangsregeling en een informatie- en consultatieregeling met zijn dochter. De moeder en de wettige vader, die gezamenlijk het gezag uitoefenen, bestreden deze verzoeken. De rechtbank verklaarde de verzoeker niet-ontvankelijk, wat door het hof werd bekrachtigd. Het hof stelde dat er geen sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking (family life) tussen verzoeker en het kind, wat volgens art. 1:377a BW vereist is voor een omgangsregeling door een ander dan de wettige ouders.
De Hoge Raad bevestigde dat het biologische vaderschap op zichzelf onvoldoende is om een recht op omgang of informatie te verlenen zonder bijkomende omstandigheden die wijzen op een nauwe persoonlijke betrekking. Het hof had terecht geoordeeld dat de korte buitenechtelijke relatie, het ontbreken van samenwoning, en het feit dat verzoeker nauwelijks contact had met het kind na de geboorte, onvoldoende waren om van family life te spreken. De Hoge Raad wees ook op de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), dat een fair balancing vereist tussen de rechten van de biologische vader en het belang van het kind.
De klachten van verzoeker dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met zijn betrokkenheid en dat het onderscheid tussen wettige en biologische ouders discriminerend zou zijn, werden verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat de wettelijke regeling en de motivering van het hof niet onbegrijpelijk zijn en dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken. Hiermee blijft de prioriteit van het gezinsleven van de wettige ouders gewaarborgd, tenzij sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de biologische vader en het kind.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot omgang en informatie wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking met het kind.