ECLI:NL:HR:2012:BW7010

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04189
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:377a BWArt. 1:377b BWArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek biologische vader om omgang en informatie afgewezen door Hoge Raad

De zaak betreft een verzoek van de biologische vader om omgang met en informatie over zijn minderjarige kind. De moeder en de wettige vader verzetten zich tegen dit verzoek. De rechtbank te 's-Gravenhage wees het verzoek af in een beschikking van 15 november 2010. Het gerechtshof te 's-Gravenhage bevestigde deze beslissing in een beschikking van 22 juni 2011.

De biologische vader stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De bijzonder curator van het kind verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd daarom verworpen.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen en benadrukt het belang van de belangen van het kind bij omgangs- en informatieverzoeken van een biologische vader die geen wettige vader is.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de biologische vader wordt verworpen en de eerdere beslissingen worden bevestigd.

Uitspraak

13 juli 2012
Eerste Kamer
11/04189
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M-J.E. de Boorder-Gilsing,
t e g e n
1. [De moeder],
2. [De wettige vader],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
e n t e g e n
Mr. W.J. VROEGINDEWEIJ, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige [de minderjarige],
kantoorhoudende te Katwijk,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als verzoeker, de moeder, de wettige vader en de bijzonder curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak FA RK 10-4452 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 15 november 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.081.413.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 juni 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder en de wettige vader hebben verzocht het beroep te verwerpen. De bijzonder curator heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven op 13 juli 2012.