ECLI:NL:PHR:2012:BW6741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van nieuwe grieven bij mondelinge behandeling in alimentatiegeschil
In deze zaak staat centraal of de man bij de mondelinge behandeling in hoger beroep nog nieuwe grieven mocht aanvoeren tegen de methode van de rechtbank om de behoefte van de minderjarige kinderen vast te stellen door de huidige inkomens van beide ouders op te tellen.
Het huwelijk van partijen was ontbonden en de vrouw had een verzoek ingediend tot verhoging van de kinderalimentatie. De rechtbank had een bijdrage vastgesteld, het hof had deze bij beschikking gewijzigd. De man stelde bij de mondelinge behandeling nieuwe grieven voor het eerst, die het hof buiten behandeling liet wegens goede procesorde.
De Hoge Raad overweegt dat in alimentatiegeschillen, vanwege het wijzigbare karakter van alimentatiebeslissingen, een uitzondering geldt op de hoofdregel dat grieven in het appelrekest moeten worden aangevoerd. Nieuwe grieven kunnen ook bij de mondelinge behandeling worden ingebracht indien zij een wijzigingsgrond als bedoeld in art. 1:401 lid 4 BW Pro kunnen vormen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug, omdat het hof deze nieuwe grieven ten onrechte niet heeft behandeld. Hierdoor is de goede procesorde niet geschonden en wordt voorkomen dat partijen onnodig een wijzigingsprocedure moeten starten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor behandeling van de nieuwe grieven bij mondelinge behandeling.