ECLI:NL:PHR:2012:BW6135
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onredelijk bezwarend arbitragebeding in consumentenovereenkomst aanneming van werk
In deze zaak staat de vraag centraal of een arbitragebeding in algemene voorwaarden, opgenomen in een consumentenovereenkomst voor aanneming van werk, onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:233 BW Pro en oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13/EEG. De consument had een geschil over de kwaliteit van verbouwingswerkzaamheden en werd geconfronteerd met een arbitragebeding dat de toegang tot de gewone rechter uitsloot.
De Hoge Raad bevestigt dat het arbitragebeding als algemene voorwaarde niet per definitie onredelijk bezwarend is, maar dat toetsing aan de open norm van artikel 6:233 BW Pro en de Europese richtlijn noodzakelijk is. Het arbitragebeding in kwestie belemmert de consument aanzienlijk in zijn recht op toegang tot de rechter, zoals gewaarborgd in artikel 17 Grondwet Pro en artikel 47 Handvest Pro EU.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat het beding oneerlijk is omdat het de consument verplicht zich uitsluitend tot arbitrage te wenden, zonder dat hierover afzonderlijk is onderhandeld of dat de consument zich hiervan bewust was. Daarbij spelen factoren als de onafhankelijkheid van de arbiter, hogere kosten en de afstand tot de arbitrage-instantie een rol. De Hoge Raad benadrukt dat hoewel arbitrage niet per se verboden is, in consumentenovereenkomsten een vermoeden van onredelijkheid geldt, dat door de gebruiker kan worden weerlegd met feiten en omstandigheden.
De Hoge Raad wijst er ook op dat het arbitragebeding in dit geval niet toereikend is toegespitst op de concrete omstandigheden, maar dat dit niet tot vernietiging leidt omdat de consument geen onderbouwde stellingen heeft aangevoerd om het beding te rechtvaardigen. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het arbitragebeding in de algemene voorwaarden is onredelijk bezwarend verklaard, waardoor de gewone rechter bevoegd is.