ECLI:NL:PHR:2012:BW3214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding werkzoekende wegens onrechtmatig besluit UWV afgewezen
In deze zaak vordert een werkzoekende schadevergoeding van het UWV wegens fouten bij de taakvervulling, specifiek een besluit uit april 1999 om hem niet langer als belanghebbende in de sociale werkvoorziening te beschouwen. Dit besluit is vernietigd door de Centrale Raad van Beroep in 2005. De werkzoekende was op dat moment 62 jaar en al circa 29 jaar werkloos.
De lagere rechters oordeelden dat het onaannemelijk was dat de werkzoekende door het onrechtmatige besluit daadwerkelijk schade had geleden, omdat hij geen reëel vooruitzicht had op het vinden van een baan. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de werkzoekende de bewijslast draagt voor het aannemelijk maken van schade en dat het hof een begrijpelijke en overtuigende motivering heeft gegeven voor zijn oordeel.
De klachten van de werkzoekende over het niet betrekken van bepaalde overwegingen van de Centrale Raad van Beroep en over de bewijslastverdeling worden ongegrond verklaard. Ook is onvoldoende onderbouwd dat er immateriële schade is geleden. De Hoge Raad concludeert dat de cassatieklachten geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren en wijst deze af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de cassatieklachten af en bevestigt dat de werkzoekende geen aanspraak kan maken op schadevergoeding wegens het onrechtmatige besluit van het UWV.