ECLI:NL:PHR:2012:BW1481
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling voor witwassen wegens onvoldoende motivering over bijdrage aan verbergen criminele herkomst
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof te 's-Gravenhage, waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van witwassen, medeplegen van valsheid in geschrift en andere feiten. De verdachte was oprichter en directeur van een assurantietussenpersoon die valselijk aanvraagformulieren voor levensverzekeringen opmaakte, waardoor verzekeraars provisie uitbetaalden. Het hof kwalificeerde het voorhanden hebben van deze provisiegelden als witwassen.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad betoogde dat het hof onvoldoende inzicht had gegeven in zijn gedachtegang door te oordelen dat het enkele voorhanden hebben van geldbedragen afkomstig uit een door de verdachte zelf gepleegd misdrijf al witwassen oplevert. Volgens de wetsgeschiedenis en jurisprudentie moet er een handeling zijn die gericht is op het veiligstellen van criminele opbrengsten, en moet het voorhanden hebben hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof het oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd en dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat de provisiegelden zijn gebruikt om de criminele herkomst te verbergen. Daarom wordt het middel gegrond verklaard en het arrest vernietigd voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring van witwassen en de opgelegde straf. De overige middelen worden verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel witwassen wegens onvoldoende motivering over het verbergen van de criminele herkomst.