ECLI:NL:PHR:2012:BV9194
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op noodweer bij geweldsincident in homobar
In de zaak speelde een incident in de nacht van 23 op 24 mei 2009 voor een homobar in Den Haag, waar de verdachte en zijn vrienden een groep mensen benaderden en scheldwoorden riepen. De verdachte liep terug naar een van de aanwezigen, duwde hem aan en nam een dreigende houding aan. De aangever greep de verdachte vast, waarna deze hem met een vuist op de neus sloeg, wat letsel veroorzaakte.
De verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer en noodweerexces aan, stellende dat hij bij zijn keel was gegrepen. Het hof achtte dit niet aannemelijk omdat geen getuigen dit bevestigden. Het hof oordeelde dat de verdachte de confrontatie zelf had uitgelokt door zijn gedrag en dat er geen sprake was van een noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, benadrukte dat het hof voldoende feitelijke vaststellingen had gedaan en dat de juridische duiding niet in strijd was met het recht. De motivering van het hof was weliswaar summier, maar voldoende begrijpelijk. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het beroep op noodweer en noodweerexces afgewezen.