ECLI:NL:PHR:2012:BV3455
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing art. 423 lid 4 Sv bij strafoplegging na terugwijzing door Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de uitleg en toepassing van artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in het kader van strafoplegging na terugwijzing door de Hoge Raad. De Hoge Raad verduidelijkt dat deze bepaling alleen van toepassing is indien het cassatieberoep beperkt is tot één of meer feiten en het hof de strafoplegging vernietigt. Indien het cassatieberoep onbeperkt is ingesteld, geldt deze beperking niet.
De zaak betreft een verdachte die door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch is veroordeeld voor afpersing en poging tot doodslag. Na cassatie en terugwijzing door de Hoge Raad werd de straf opnieuw vastgesteld. De verdediging stelde dat het hof de straf voor de niet aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen feiten slechts had mogen bepalen en niet opnieuw had mogen opleggen, op grond van art. 423 lid 4 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het cassatieberoep niet beperkt was en dat het hof daarom vrij was om de straf opnieuw vast te stellen, ook voor die feiten. De eerdere veroordeling door het hof te 's-Gravenhage stond niet in de weg aan een zwaardere strafoplegging. Het middel van de verdediging wordt verworpen en het beroep afgewezen.
Deze uitspraak bevestigt de uitleg van art. 423 lid 4 Sv Pro en benadrukt het belang van de beperking van het cassatieberoep voor de toepassing van deze regel. Het arrest bevat tevens een nadere toelichting op de bevoegdheden van het hof bij strafoplegging na terugwijzing door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof mocht bij onbeperkt cassatieberoep vrij een nieuwe straf opleggen; het beroep wordt verworpen.