ECLI:NL:PHR:2012:BV2911
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens gebruik valse persoonsgegevens bij naturalisatie
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vast te stellen dat hij sinds 9 december 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij baseerde dit op een koninklijk besluit waarbij hij genaturaliseerd zou zijn onder bepaalde persoonsgegevens. Later werd echter door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gesteld dat verzoeker niet de persoon is die in het naturalisatiebesluit is genoemd, maar een andere persoon met valse of fictieve gegevens.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen omdat het naturalisatiebesluit met valse persoonsgegevens is verkregen en verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn identiteit. Verzoeker heeft wisselende verklaringen afgelegd over zijn identiteit, deels toegeschreven aan psychische problemen, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende om de tegenstrijdigheden te verklaren.
De Hoge Raad toetst het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat het aan de feitenrechter is om de betekenis van de verklaringen te beoordelen. De Hoge Raad vindt het oordeel van de rechtbank begrijpelijk dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd en bevestigt dat het naturalisatiebesluit geen rechtsgevolg heeft. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen omdat het naturalisatiebesluit met valse of fictieve persoonsgegevens is verkregen.