ECLI:NL:PHR:2012:BV2673
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering wijziging kinderalimentatie wegens onvoldoende onderbouwing en draagkracht
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie op grond van artikel 1:401 lid 1 BW Pro. De man had zijn onderneming beëindigd en verzocht met terugwerkende kracht de alimentatiebijdrage te verlagen of te beëindigen. De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af, waarbij het hof oordeelde dat de man eerder had kunnen verzoeken tot wijziging en onvoldoende bewijs had geleverd voor belemmeringen in het zoeken naar werk.
De man voerde in cassatie vier middelen aan tegen het oordeel van het hof, met name dat het hof onterecht oordeelde dat hij geen goede gronden had om eerder een verzoek in te dienen, dat hij bewijsstukken had moeten overleggen over het voortzetten van zijn onderneming om schulden af te lossen, en dat hij onvoldoende had onderbouwd dat hij niet in staat was werk te zoeken.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof terecht heeft geoordeeld dat bij een verzoek tot wijziging over een periode in het verleden behoedzaamheid geboden is en dat de man onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat was een inkomen te verwerven om aan zijn alimentatieverplichtingen te voldoen. Het hof heeft ook terecht rekening gehouden met het ontbreken van een HAVO-diploma, maar dit niet als absolute belemmering gezien.
Het cassatieberoep wordt verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro. De beschikking van het hof blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.