ECLI:NL:PHR:2012:BV1800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijsuitsluiting van onrechtmatig verkregen ANPR-gegevens
In deze zaak staat centraal de vraag of gegevens verkregen via het Automatic Number Plate Recognition (ANPR)-systeem onrechtmatig zijn gebruikt en of deze gegevens van het bewijs moeten worden uitgesloten. Het hof had geoordeeld dat sprake was van een onherstelbaar vormverzuim en sloot de ANPR-gegevens uit, wat leidde tot vrijspraak van verdachte voor de meeste tenlastegelegde feiten.
De Hoge Raad herhaalt dat voor bewijsuitsluiting op grond van art. 359a Sv vereist is dat een belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Hoewel het hof een ernstig vormverzuim aannam, was de motivering onvoldoende, met name omdat niet is vastgesteld dat het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) is geschonden, ondanks de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer (art. 8 EVRM Pro).
De Hoge Raad benadrukt dat het nadeel voor verdachte niet automatisch volgt uit het ontstaan van een verdenking door onrechtmatig verkregen gegevens. Ook was de wettelijke basis voor het gebruik van ANPR-gegevens destijds onduidelijk, maar dit rechtvaardigt niet zonder meer bewijsuitsluiting. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het hof Leeuwarden voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van bewijsuitsluiting van ANPR-gegevens; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.