ECLI:NL:PHR:2012:BV1523
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling en toepasselijk recht bij documentair krediet tussen Rasheed Bank en Solvochem
Solvochem verkocht in 1989-1990 goederen aan Iraakse afnemers onder documentair accreditief. Rasheed Bank opende onherroepelijke L/C's ten behoeve van Solvochem. Solvochem vorderde betaling van ruim 3,9 miljoen USD wegens niet-betaling ondanks correcte documentatie. De rechtbank Rotterdam wees de vordering af wegens verjaring, maar het hof 's-Gravenhage vernietigde dit en veroordeelde Rasheed Bank tot betaling van ruim 3,3 miljoen USD.
Het hof kwalificeerde de L/C's als kasaccreditieven en oordeelde dat de betalingsverplichting van Rasheed Bank beheerst wordt door Iraaks recht, het land van haar hoofdvestiging. Het hof verwierp het beroep op het Geneefse wisselverdrag en het beroep op overmacht wegens VN-embargo. Rasheed Bank stelde cassatie in tegen diverse oordelen, waaronder de kwalificatie van de L/C's, de rechtskeuze en de toepasselijkheid van Iraaks recht.
De Hoge Raad bevestigt dat de L/C's kasaccreditieven zijn en dat de wissels slechts betalingsbewijzen zijn. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht geen stilzwijgende rechtskeuze voor Nederlands recht aannam, omdat die niet voldoende uit processtukken blijkt. Ook is het hof niet onbegrijpelijk in zijn oordeel dat Iraaks recht van toepassing is, omdat Rasheed Bank de kenmerkende prestatie verricht. Het hof trad echter buiten de rechtsstrijd door een impliciete betwisting van Solvochem te aanvaarden zonder expliciete motivering, wat tot vernietiging en verwijzing leidt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van procesrecht en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.