ECLI:NL:PHR:2012:BU7373
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake beslaglegging bij verdenking valsheid in geschrift en witwassen
In deze zaak gaat het om het beklag tegen conservatoir beslag gelegd op een bankrekening en een vordering van klaagster, in verband met verdenking van valsheid in geschrift, witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank verklaarde het beklag ongegrond, maar de Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank niet de juiste toetsingsmaatstaf volledig heeft toegepast en onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het beslag noodzakelijk is.
De Hoge Raad herhaalt de maatstaf die geldt bij beslaglegging ex art. 94a Sv, waarbij moet worden onderzocht of er sprake is van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later ontneming zal opleggen. Ook moet bij derden die eigenaar stellen te zijn van het beslag, worden getoetst of zij daadwerkelijk eigenaar zijn.
De rechtbank heeft deze toets niet volledig toegepast en onvoldoende gemotiveerd waarom het beslag noodzakelijk blijft, mede gelet op art. 74 AWR Pro dat bepaalt dat art. 36e Sr niet van toepassing is op belastingwet strafbare feiten. De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op het beslag ex art. 94a Sv en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Bestreden beschikking wordt vernietigd voor het beslag ex art. 94a Sv en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.