ECLI:NL:PHR:2012:BU7371
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens ontoereikende motivering en schending procesorde bij beslaglegging
Deze zaak betreft het beklag tegen conservatoir beslag gelegd onder klager op een vordering en twee geldbedragen in verband met verdenking van valsheid in geschrift, witwassen en deelname aan een criminele organisatie.
De rechtbank verklaarde het beklag tegen het beslag op de vordering en geldbedragen ongegrond, omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk was dat het wederrechtelijk verkregen voordeel zou worden ontnomen. De rechtbank baseerde zich op een rechter-commissarismachtiging tot het instellen van een strafrechtelijk financieel onderzoek (SFO), die echter niet tijdig bij de gedingstukken was gevoegd.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd dat aan alle vereisten voor het beslag was voldaan, met name de aanwezigheid van een verdenking die een geldboete van de vijfde categorie rechtvaardigt. Tevens is de rechtbank in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde gehandeld door zich te baseren op een stuk dat pas na sluiting van het onderzoek werd ingebracht, zonder klager de mogelijkheid te geven zich hierover uit te laten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden vonnis voor zover het het beslag betreft en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling. Andere onderdelen van het beroep worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover het beslag betreft en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.