ECLI:NL:PHR:2012:BU7357
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep in executiegeschil over dwangbevel waterschapsbelasting
In deze zaak gaat het om een executiegeschil waarbij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier dwangbevelen heeft uitgevaardigd tegen de belastingplichtige voor aanslagen waterschapsbelasting over meerdere jaren. Na betekening van de dwangbevelen is beslag gelegd op goederen in de woning van de belastingplichtige. De rechtbank verklaarde het verzet van de belastingplichtige en zijn echtgenote tegen het Hoogheemraadschap niet-ontvankelijk.
De belastingplichtige en zijn echtgenote stelden vervolgens hoger beroep in tegen deze beslissing, maar het gerechtshof verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld met het middel dat het hoger beroep wel tijdig was ingediend, omdat de memorie van antwoord niet tijdig bij hun advocaat was aangekomen.
De Hoge Raad oordeelt dat de termijn voor hoger beroep drie maanden bedraagt vanaf de dag van uitspraak van het vonnis en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep te laat was ingesteld. De omstandigheid dat de memorie van antwoord niet tijdig werd ontvangen, brengt geen verandering in de termijnberekening. De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.