ECLI:NL:HR:2012:BU7357

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02398
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 339 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid hoger beroep in executiegeschil tegen dwangbevel

In deze zaak stonden eisers, wonende te verschillende woonplaatsen, tegenover het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, vertegenwoordigd door de invorderingsambtenaar, in een geschil over de executie van een dwangbevel. De rechtbank Alkmaar had op 25 februari 2009 een vonnis gewezen, waarna het gerechtshof Amsterdam op 23 februari 2010 een arrest uitbracht dat de ontvankelijkheid van het hoger beroep bevestigde.

Eisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, maar het Hoogheemraadschap verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het arrest werd gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 24 februari 2012. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eisers in de kosten van het geding in cassatie, die nihil zijn aan de zijde van het Hoogheemraadschap.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontvankelijkheid van het hoger beroep in het executiegeschil.

Uitspraak

24 februari 2012
Eerste Kamer
10/02398
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. L.C. Blok,
t e g e n
De ambtenaar van HET HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER belast met de invordering,
gevestigd te Heerhugowaard,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en het Hoogheemraadschap.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 103313/HA ZA 08-524 van de rechtbank Alkmaar van 25 februari 2009;
b. het arrest in de zaak 200.038.673/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 februari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen het Hoogheemraadschap is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.