ECLI:NL:PHR:2012:BU7264
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fiscale eenheid en geen ondernemerstatus dga voor omzetbelasting
In deze zaak staat centraal of een directeur-grootaandeelhouder (dga) samen met zijn vennootschappen een fiscale eenheid vormde voor de omzetbelasting en of de dga als ondernemer kan worden aangemerkt. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de dga geen deel uitmaakte van een fiscale eenheid met de vennootschappen en dat de naheffingsaanslag daarom verminderd moest worden.
De Inspecteur stelde dat de dga wel ondernemer was en dat naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd wegens onttrekking van goederen aan het bedrijfsvermogen. De Hoge Raad bevestigde dat de dga geen ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, mede gelet op het arrest Van der Steen van het Hof van Justitie van de EU. Ook werd geoordeeld dat de beschikking fiscale eenheid geen constitutief karakter heeft en dat materiële feiten doorslaggevend zijn.
Verder werd besproken dat terugwerkende kracht van arresten van het Hof van Justitie beperkt wordt door het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, vooral als beschikkingen onherroepelijk zijn geworden. Het besluit van 21 december 2007, waarin de beleidsbesluiten van 2002 werden ingetrokken, treedt niet met terugwerkende kracht in werking voor 2 januari 2008.
Ten slotte werd ingegaan op de toepassing van fictieve leveringen bij beëindiging van het ondernemerschap en verbreking van fiscale eenheden, waarbij werd geconcludeerd dat de dga niet als ondernemer kan worden aangemerkt en dat naheffingsaanslagen daarom niet terecht zijn opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de dga geen ondernemer is en geen fiscale eenheid bestond, waardoor naheffingsaanslagen omzetbelasting worden verminderd.