ECLI:NL:PHR:2012:BT8934
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid conservatoir beslag op Porsche en verwerpt cassatieberoep
De Rechtbank Amsterdam verklaarde het klaagschrift van klaagster ex art. 552a Sv tot teruggave van een inbeslaggenomen Porsche ongegrond, omdat het strafvorderlijk belang zich verzette tegen opheffing van het conservatoir beslag. Klaagster stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, stellende dat het beslag onrechtmatig was omdat een vereiste machtiging van de rechter-commissaris ontbrak.
De Hoge Raad overwoog dat de rechtbank terecht aannam dat sprake was van conservatoir beslag, mede op grond van de verklaringen van de officier van justitie in de raadkamer en het feit dat de raadsvrouw van klaagster geen aanhouding had verzocht om de stukken aan te vullen. De Hoge Raad benadrukte dat het ontbreken van de machtiging bij de stukken niet automatisch betekent dat het beslag onrechtmatig is, aangezien die stukken mogelijk niet in het dossier waren gevoegd maar wel waren afgegeven.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank een onjuiste maatstaf had aangelegd door te oordelen dat het belang van de strafvordering het beslag rechtvaardigde, terwijl bij een door een derde ingesteld beklag eerst moet worden vastgesteld of klaagster als eigenaresse kan worden aangemerkt. Dit werd echter niet door het cassatiemiddel bestreden, zodat ambtshalve ingrijpen niet aan de orde was. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag op de Porsche blijft gehandhaafd.