ECLI:NL:PHR:2012:BR1143
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf na wrakingsverzoek en meineedprocedure
Het gerechtshof 's-Gravenhage veroordeelde verdachte op 14 april 2010 tot 30 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag en kende schadevergoeding toe aan de benadeelde partij.
Tijdens de terechtzitting van 8 februari 2010 werd een wrakingsverzoek ingediend nadat het hof besloot een proces-verbaal verdenking meineed op te maken tegen een getuige. De verdediging gaf geen bezwaar tegen afronding van het getuigenonderzoek, waarna het proces-verbaal werd opgesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het opstellen van een proces-verbaal meineed niet wordt belemmerd door een wrakingsverzoek, mits het verzoek ter terechtzitting wordt gedaan en de terechtzitting geschorst wordt zoals voorgeschreven in art. 513.5 Sv.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht de verklaring van verdachte als kennelijk leugenachtig heeft terzijde geschoven, zonder het bewijs uitsluitend daarop te baseren. Tot slot werd vastgesteld dat de inzendtermijn voor cassatie met bijna drie weken was overschreden, hetgeen tot strafvermindering moet leiden. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het vonnis betreffende de strafoplegging en matigde de gevangenisstraf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is gematigd wegens overschrijding van de inzendtermijn cassatie; wraking werd verworpen en proces-verbaal meineed mocht worden opgemaakt.