ECLI:NL:PHR:2012:BR0676
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toetsing activering en afschrijving rioolinvesteringen in rioolrechtverordening gemeente Nijmegen
In deze zaak staat centraal of de gemeente Nijmegen de investeringen voor vervanging en aanpassing van het gemeentelijke rioolstelsel in 2006 in één keer ten laste mocht brengen van dat jaar, dan wel dat deze investeringen geactiveerd en afgeschreven hadden moeten worden over meerdere jaren. De erfgename van een belastingplichtige stelde dat de verordening onverbindend was omdat de geraamde baten de lasten ruimschoots overtroffen als gevolg van het ontbreken van activering.
De Rechtbank Arnhem oordeelde dat afschrijving verplicht was en verklaarde de verordening onverbindend. Het Gerechtshof Arnhem vernietigde dit oordeel en stelde dat de gemeenteraad beleidsvrijheid heeft bij de toerekening van kosten en dat het winstverbod niet inhoudt dat de belastingrechter moet toetsen of investeringen zijn geactiveerd conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het Hof vond de verordening verbindend omdat de geraamde baten en lasten in evenwicht waren en de investeringen geen uitbreidings-, maar vervangingsinvesteringen betroffen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en stelt dat de belastingrechter niet terughoudend hoeft te zijn in de toetsing van de begroting en dat activering niet verplicht is voor investeringen zonder economisch nut, zoals vervangingsinvesteringen in de riolering. Ook is het toegestaan dat de gemeente de lasten in één keer ten laste brengt. De verordening is daarom niet onverbindend en de aanslagen rioolrecht blijven in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de gemeente Nijmegen de investeringen in 2006 integraal ten laste mocht brengen, waardoor de rioolrechtverordening niet onverbindend is.