ECLI:NL:PHR:2012:BQ6575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over het begrip 'goed' in diefstal van belminuten en sms-berichten
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte is veroordeeld voor diefstal van belminuten en sms-berichten. Het hof had geoordeeld dat deze vormen van telecommunicatiedienstverlening als een economisch goed kunnen worden aangemerkt en dat de verdachte zich deze met wederrechtelijk toe-eigeningsvoornemen had toegeëigend.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het begrip 'goed' in het Wetboek van Strafrecht, waarbij het arrest aansluit bij eerdere jurisprudentie over elektriciteit, giraal geld en computergegevens. De Raad bevestigt dat belminuten en sms-berichten een economische waarde vertegenwoordigen en in het maatschappelijk verkeer als goed kunnen worden gezien. Echter, het hof heeft onjuist geoordeeld dat de feitelijke macht over belminuten kan worden weggenomen, omdat tijd geen zelfstandig goed is en het gebruik van de dienst niet gelijkstaat aan toe-eigening.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte een verklaring van verdachte als bewijs heeft gebruikt terwijl deze uitgesloten had moeten worden wegens schending van het Salduz-recht. Ook wijst de Raad op de procedurele aspecten rond de voeging van de benadeelde partij en bevestigt dat het ontbreken van het voegingsformulier in hoger beroep niet tot niet-ontvankelijkheid leidt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Dit arrest geeft belangrijke richtlijnen over de uitleg van het begrip 'goed' en de bewijsregels in strafzaken betreffende telecommunicatiediensten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.