ECLI:NL:PHR:2011:BT6685
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over kostenverdeling verplaatsing telecommunicatiekabels bij eigendomsoverdracht grond
In deze zaak staat centraal de uitleg van artikel 5.8 van de Telecommunicatiewet en de vraag wie de kosten van de verplaatsing van telecommunicatiekabels moet dragen. De feiten betreffen reconstructiewerkzaamheden aan de Rijksweg A12 en provinciale wegen, waarbij kabels van telecomoperators moesten worden verplaatst. De gemeenten waren aanvankelijk eigenaar van de grond, maar verkochten deze later aan de Staat.
De gemeenten vroegen in 2004 om verplaatsing van de kabels, waarna de Staat in 2005 als nieuwe eigenaar hetzelfde verzoek herhaalde. De telecomoperators voerden aan dat de kostenverdeling beoordeeld moet worden naar de situatie op het moment van het eerste verzoek, toen de Staat nog geen eigenaar was. De rechtbank wees de vordering van de Staat grotendeels toe, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde de Staat tot betaling van de kosten.
De Hoge Raad bevestigt dat het peilmoment voor de beoordeling van de kostenverdeling het moment is waarop het eerste verplaatsingsverzoek is gedaan, behoudens bijzondere omstandigheden. Wel kan rekening worden gehouden met latere feiten zoals eigendomsoverdracht. De Staat kan als nieuwe eigenaar een zelfstandig verplaatsingsverzoek indienen, wat een nieuwe termijn voor uitvoering en kostenverdeling kan starten.
Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat de kostenverdeling afhankelijk is van wie de gedoogplichtige is en wie het initiatief neemt tot de uitvoering van de werken waarvoor verplaatsing nodig is. Het is niet voldoende dat de gedoogplichtige instemt met werken door derden. De gemeenten waren geen mede-opdrachtgevers van de reconstructiewerken. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug, met de uitleg dat het peilmoment voor kostenverdeling het eerste verzoek is, maar latere feiten zoals eigendomsoverdracht meegewogen mogen worden.