ECLI:NL:PHR:2011:BT6396
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens nietigheid door verzuim aanmaning minderjarige getuigen en bevestiging bewijs medeplegen diefstal met geweld
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld wegens diefstal met geweld gepleegd in vereniging, waarbij de verdachte een werkstraf kreeg opgelegd. In cassatie werd aangevoerd dat het hof niet had voldaan aan de vereiste aanmaning van minderjarige getuigen om de waarheid te spreken, zoals voorgeschreven in art. 290, tweede lid Sv (oud) jo. art. 216a Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet vermeldt dat de minderjarige getuigen voorafgaand aan hun verhoor zijn aangemaand de gehele waarheid te spreken. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting, omdat het wezenlijk is dat minderjarige getuigen onder ede of na aanmaning worden gehoord.
Verder werd aangevoerd dat het hof een verklaring van verdachte zou hebben gedenatureerd door een andere afstand te vermelden dan verdachte had verklaard. De Hoge Raad stelt vast dat het hof een selectie maakte uit de verklaring zonder deze te veranderen, wat toelaatbaar is.
Ten slotte bevestigt de Hoge Raad dat het bewijs voor medeplegen van diefstal met geweld voldoende is, gelet op de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de beroving en de gedragingen van verdachte tijdens het delict. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid door het verzuim de minderjarige getuigen aan te manen, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.