ECLI:NL:PHR:2011:BT2918
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie en afwikkeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding
De vrouw en man zijn in 2003 gehuwd en in 2008 gescheiden. De vrouw vorderde partneralimentatie en een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. De rechtbank stelde partneralimentatie aanvankelijk op nihil onder voorwaarde dat de man de lasten van de woning betaalde, later op €117 per maand. De man werd veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens overbedeling.
In hoger beroep stelde het hof de partneralimentatie vanaf 1 februari 2010 op nihil vanwege de toegenomen arbeidsuren van de vrouw en verhoogde het bedrag wegens overbedeling. Het hof wees het verzoek van de vrouw om inzage in bepaalde bescheiden af. De vrouw stelde cassatie in, maar voerde geen verweer.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het verzoek op grond van art. 843a Rv niet afzonderlijk hoefde te behandelen en dat het hof het verzoek terecht niet ter zake dienend achtte. Ook was het oordeel van het hof over de draagkracht van de man en de terugbetalingsverplichting van de vrouw niet onbegrijpelijk. De klachten over de bewijswaardering en waardebepaling van de woning faalden eveneens. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof over partneralimentatie en afwikkeling huwelijksgoederengemeenschap.