ECLI:NL:PHR:2011:BT2667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oproeping getuige wegens gezondheidsrisico en rechtmatigheid aanhouding
In deze zaak stond centraal het verzoek van de verdediging om een getuige te horen die wegens ernstige gezondheidsproblemen niet kon verschijnen. Het hof had het verzoek afgewezen op grond van artikel 288 lid 1 sub b Sv Pro, omdat het medisch onverantwoord werd geacht de getuige te horen. De verdediging voerde aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd en dat de getuige mogelijk op een later moment of door de rechter-commissaris gehoord kon worden.
De Hoge Raad bekeek de motivering van het hof kritisch, met name of het hof de belangen van de getuige en het verdedigingsbelang voldoende had afgewogen. Hoewel de motivering niet volledig expliciet was, oordeelde de Hoge Raad dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk was, mede gelet op de medische verklaring van een cardioloog en de aard van de kwaal. Het hof mocht aannemen dat het medisch onverantwoord was de getuige te horen, ook niet op een later tijdstip.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad het verweer dat de aanhouding van de verdachte buiten de woning onrechtmatig zou zijn geweest. Het hof had geoordeeld dat de aanhouding rechtmatig was omdat het strafbare feit van huisvredebreuk binnen de woning was voltooid. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel.
De middelen van cassatie faalden, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot het horen van de getuige afgewezen wegens gezondheidsrisico’s en de aanhouding van de verdachte buiten de woning als rechtmatig beoordeeld.