ECLI:NL:PHR:2011:BT1660
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke vervolging voor snelheidsovertreding op militair terrein ondanks administratieve handhaving elders
De verdachte, een burger in dienst van Defensie, reed op 15 februari 2006 op het militair terrein van de Nieuwe Marinehaven te Den Helder met een snelheid van 78 km/u, terwijl de maximumsnelheid 50 km/u bedroeg. Het terrein is niet openbaar toegankelijk en de toegang is slechts toegestaan onder voorwaarden, waaronder het naleven van de verkeersregels zoals vermeld op borden bij de ingangen. Het hof stelde vast dat door het overschrijden van de maximumsnelheid de verdachte niet langer gerechtigd was zich op het terrein te bevinden, hetgeen een overtreding van artikel 461 Sr Pro oplevert.
De verdachte voerde aan dat handhaving via artikel 461 Sr Pro onhoudbaar is sinds de invoering van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en dat hij ongelijk wordt behandeld ten opzichte van snelheidsovertredingen op de openbare weg, die administratief worden afgehandeld. Het hof verwierp deze argumenten en stelde dat de WAHV en Wegenverkeerswet 1994 niet van toepassing zijn op particuliere terreinen zoals de Marinehaven. De rechthebbende mag voorwaarden stellen aan toegang en handhaving daarvan, waaronder strafrechtelijke vervolging.
Verder oordeelde het hof dat het Burgerlijk Ambtenaren Reglement Defensie (BARD) weliswaar disciplinaire sancties mogelijk maakt, maar dat dit niet uitsluit dat het openbaar ministerie strafrechtelijk kan vervolgen. Er is geen sprake van rechtsongelijkheid tussen burgers en militairen, aangezien militairen onder het Wetboek van Militair Strafrecht worden gestraft en burgers onder het gewone strafrecht. De middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld voor het zich zonder daartoe gerechtigd te zijn bevinden op het militair terrein door het overtreden van de maximumsnelheid.