ECLI:NL:PHR:2011:BS8235
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening arrest wegens onjuiste verklaring tot ongewenste vreemdeling
Aanvrager, houder van de Turkse nationaliteit, werd op 29 november 2007 door de IND tot ongewenste vreemdeling verklaard op grond van de Vreemdelingenwet. Vervolgens werd hij door het gerechtshof te 's-Gravenhage op 16 december 2009 veroordeeld voor diefstal en het illegaal verblijven als ongewenste vreemdeling.
Later bleek uit een brief van de IND van 31 maart 2010 dat aanvrager sinds 7 september 1983 onafgebroken een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd bezat, waardoor de beschikking tot ongewenstverklaring niet gegeven had mogen worden. Dit leidde tot het vermoeden dat het gerechtshof, indien bekend met deze feiten, aanvrager zou hebben vrijgesproken van het ten laste gelegde illegaal verblijf.
De Procureur-Generaal concludeert dat de herzieningsaanvraag gegrond is en adviseert de Hoge Raad om de tenuitvoerlegging van het arrest op te schorten en de zaak te verwijzen naar het gerechtshof te Amsterdam voor herbehandeling op basis van art. 467, eerste lid, Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.