ECLI:NL:PHR:2011:BR5211
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad door verkoop auto zonder toestemming en vaststelling schadevergoeding
Partijen hadden een affectieve relatie en hebben enige maanden samengewoond. De vrouw was eigenaar van een Mercedes-Benz die zij nieuw had gekocht. De man verkocht de auto zonder toestemming van de vrouw aan een derde, waardoor hij onrechtmatig jegens haar handelde.
De vrouw vorderde afgifte van de auto en subsidiair schadevergoeding ter hoogte van de waarde per medio 2005. De rechtbank wees de primaire vordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de afgifte af omdat de auto niet meer kon worden teruggegeven. Het hof wees de schadevergoeding af omdat de vrouw onvoldoende had gesteld over de hoogte van de schade.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof te hoge eisen aan de stelplicht heeft gesteld en dat het hof de zaak had moeten verwijzen voor nadere vaststelling van de schade of de schade op grond van art. 6:97 BW Pro had moeten schatten. Uit proces-economische overwegingen wijst de Hoge Raad de schadevergoeding toe op €40.000, de verkoopprijs, en bepaalt de wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De zaak wordt daarmee afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de schadevergoeding toe op €40.000 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding.