ECLI:NL:PHR:2011:BR3085
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wijziging van servicekostenverdeling in huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze zaak draait het om de vraag of partijen overeenstemming hebben bereikt over een wijziging van de huurovereenkomst betreffende de verdeling van servicekosten voor bedrijfsruimte. DEM huurt sinds 2002 bedrijfsruimte van [verweerster], die in 2005 de verhuurder werd. De oorspronkelijke verdeelsleutel was gebaseerd op het gehuurde oppervlak (83%), maar [verweerster] stelde een wijziging voor naar een verdeling van 90% ten laste van DEM, gebaseerd op werkelijk verbruik.
DEM betaalde de servicekosten over 2005 volgens de nieuwe verdeelsleutel, maar zonder uitdrukkelijk voorbehoud of instemming met de wijziging. [Verweerster] stelde dat hiermee instemming was gegeven. DEM voerde aan dat de betaling onder protest was en dat zij niet akkoord ging met de wijziging. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat DEM met de wijziging had ingestemd. DEM ging in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat sprake was van een aanbod en aanvaarding conform de wilsvertrouwensleer. Het hof mocht aannemen dat DEM instemde met de wijziging, mede omdat DEM om toelichting had gevraagd, deze niet had bestreden en de nota had voldaan. De Hoge Raad verwerpt de klachten dat het hof onvoldoende rekening hield met protesten, de aard en omvang van de wijziging, en het ontbreken van instemming van de Woonmaatschappij. Ook het beroep op opschorting faalt. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat DEM met de wijziging van de servicekostenverdeling heeft ingestemd.