ECLI:NL:PHR:2011:BR0413
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Privatisering en huurovereenkomst: geen schending van eigendomsrechten verhuurder door faillissement huurder
In deze zaak gaat het om de privatisering van een zelfstandige bestuursorganisatie (ZBO) die een huurovereenkomst had gesloten met eiseres voor een kantoorpand. Het vermogen van deze organisatie ging over op een naamloze vennootschap (N.V. Kliq), die kort daarna failliet ging. De curator zegde de huurovereenkomst op, waardoor eiseres nadeel ondervond.
Eiseres stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door geen voorzieningen te treffen die haar rechten uit de huurovereenkomst zouden waarborgen, en dat haar rechten onder art. 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM waren geschonden. De Hoge Raad onderzocht of de Staat bij de privatisering een te beperkte beoordelingsvrijheid had gehad en of de privatisering en het faillissement van N.V. Kliq een excessieve last voor eiseres vormden.
De Hoge Raad concludeerde dat de Staat een brede beoordelingsvrijheid (margin of appreciation) toekomt bij privatiseringen, vergelijkbaar met de ruimte die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan staten toekent bij nationalisaties. De stellingen van eiseres waren onvoldoende concreet om aan te tonen dat N.V. Kliq ten tijde van de privatisering financieel zwak was, zodat geen sprake was van een ontoelaatbare benadeling. Het beroep van eiseres op art. 1 EP Pro werd daarom verworpen.
Daarnaast wees de Hoge Raad op het ontbreken van een wettelijke regeling vergelijkbaar met art. 7:307 BW Pro voor kantoorhuur, en dat de argumenten van eiseres onvoldoende waren om de eerdere oordelen van lagere rechters te doorbreken. Het cassatieberoep werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen; geen schending van art. 1 EP door de Staat bij privatisering en faillissement huurder.