ECLI:NL:PHR:2011:BQ8890
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gegrondverklaring beklag tegen klassiek beslag op panden wegens onvoldoende bewijs kwade trouw
In deze zaak heeft de Rechtbank Maastricht het beklag van klager gegrond verklaard tegen het klassieke beslag ex art. 94 Sv Pro op een aantal onroerende zaken die geheel of gedeeltelijk aan hem toebehoren. Het klassieke beslag was gelegd in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen, oplichting, valsheid in geschrift en hennepteelt. De Rechtbank oordeelde dat klager te goeder trouw was bij het verkrijgen van de panden en dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag niet rechtvaardigde.
Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat het klassieke beslag alleen kan voortduren indien het belang van strafvordering dat vereist, bijvoorbeeld om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of de waarheid te achterhalen. De Rechtbank had geoordeeld dat het onderzoeksbelang omtrent hennepteelt het beslag niet rechtvaardigde omdat de panden niet konden verdwijnen en altijd beschikbaar bleven voor onderzoek.
De Hoge Raad verwierp de klachten van het openbaar ministerie dat de Rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de mogelijkheid van verbeurdverklaring en dat zij alleen de hennepteelt had betrokken bij haar beoordeling. De Hoge Raad bevestigde dat de Rechtbank terecht had geoordeeld dat klager te goeder trouw was en dat de verdenking tegen hem onvoldoende concreet was onderbouwd. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de gegrondverklaring van het beklag tegen het klassieke beslag in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het gegrond verklaarde beklag tegen het klassieke beslag blijft in stand.