ECLI:NL:PHR:2011:BQ8889
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opheffing klassiek beslag wegens onvoldoende bewijs kwade trouw en onwaarschijnlijkheid verbeurdverklaring
In deze zaak staat het beklag van klaagster centraal tegen het klassieke beslag dat het openbaar ministerie op negen onroerende zaken had gelegd. De Rechtbank Maastricht had het beklag gegrond verklaard en het beslag opgeheven, omdat onvoldoende was gebleken dat klaagster te kwader trouw was bij de verkrijging van de panden. Tevens achtte de rechtbank een veroordeling en verbeurdverklaring van de panden hoogst onwaarschijnlijk.
Het klassieke beslag was gelegd in verband met verdenkingen van witwassen, oplichting, valsheid in geschrift en hennepteelt binnen de familie van klaagster. Na doorhaling van beslag op zes panden bleef klassiek beslag rusten op drie panden, waarop ook conservatoir beslag lag. Het conservatoir beslag, gelegd in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek tegen de vader van klaagster, werd niet bestreden in cassatie.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het belang van strafvordering het voortduren van het klassieke beslag niet rechtvaardigt. De rechtbank heeft het criterium gehanteerd dat het niet hoogst onwaarschijnlijk moet zijn dat de strafrechter later tot veroordeling en verbeurdverklaring zal komen. De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank dit criterium juist heeft toegepast en dat het oordeel over de kwade trouw van klaagster niet onbegrijpelijk is.
De Hoge Raad merkt op dat de officier van justitie onvoldoende feiten heeft aangevoerd om de betrokkenheid van klaagster bij de strafbare feiten aannemelijk te maken. Ook is het onwaarschijnlijk dat verbeurdverklaring van de panden zal worden uitgesproken, mede gezien de aard van de feiten en de waarde van de panden. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het klassieke beslag wordt opgeheven wegens onvoldoende bewijs van kwade trouw en onwaarschijnlijkheid van verbeurdverklaring.