ECLI:NL:HR:2011:BQ8889

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01788 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen beslagbeschikking ex art. 94 Sv

Op 13 september 2011 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een cassatieprocedure met nummer 10/01788 B, waarin de officier van justitie beroep instelde tegen een beschikking van de rechtbank Maastricht van 19 maart 2010. Deze beschikking betrof een klaagschrift ex artikel 552a Wetboek van Strafvordering, gericht tegen beslag ex artikel 94 Sv Pro.

De raadsman van de klaagster heeft het beroep tegengesproken, terwijl de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep heeft geconcludeerd. De Hoge Raad heeft het middel van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en de beschikking is gegeven door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank Maastricht.

Uitspraak

13 september 2011
Strafkamer
nr. 10/01788 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 19 maart 2010, nummer RK 09/463, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman van de klaagster, mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2011.