ECLI:NL:PHR:2011:BQ8134
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loondoorbetalingsplicht bij ziekte en passende arbeid na re-integratie
De zaak betreft een werknemer die sinds 1998 wegens ziekte niet meer zijn oorspronkelijke functie als sloper kon uitoefenen en sindsdien passende werkzaamheden verrichtte, waaronder timmerwerk en magazijnwerk. Na een periode van re-integratie viel hij opnieuw ziek uit in 2009. De werknemer vorderde loondoorbetaling over deze nieuwe ziekteperiode.
De kantonrechter stelde vast dat de passende arbeid stilzwijgend de bedongen arbeid was geworden, waardoor de werkgever verplicht bleef loon te betalen. Het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat er geen nieuwe arbeidsovereenkomst was gesloten en dat passende arbeid niet automatisch bedongen arbeid werd. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat zonder een nieuwe overeenkomst geen nieuwe loondoorbetalingsplicht ontstaat.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad dat de wettelijke loondoorbetalingsplicht na 104 weken ziekte eindigt, ook als de werknemer na gedeeltelijke re-integratie opnieuw ziek wordt. De Hoge Raad wijst op de maatschappelijke en juridische overwegingen achter deze regeling en laat de discussie over mogelijke wetswijzigingen aan de wetgever over.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor nadere beoordeling van een niet besproken grondslag betreffende situatieve arbeidsongeschiktheid. Hiermee wordt het belang van een volledige beoordeling van alle aangevoerde gronden onderstreept.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor nadere beoordeling naar een ander hof; er is geen nieuwe loondoorbetalingsplicht zonder nieuwe arbeidsovereenkomst.