ECLI:NL:CRVB:2010:BN2796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld op grond van limitatieve opsomming Ziektewet
Appellant, arbeidsgehandicapt en werkzaam als beveiligingsmedewerker, meldde zich op 2 mei 2008 ziek en vroeg ziekengeld aan op grond van de Ziektewet (ZW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde dit omdat appellant niet voldeed aan de limitatieve opsomming van artikel 29, tweede lid, ZW. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de wetgever niet voorzag in een hernieuwd recht op loondoorbetaling of ziekengeld na gedeeltelijke hervatting en nieuwe uitval.
In hoger beroep stelde appellant dat de opsomming in artikel 29, tweede lid, ZW niet limitatief is en dat hij vanwege het ontbreken van loondoorbetaling recht heeft op ziekengeld. De Raad overwoog dat de opsomming wel limitatief is, zoals ook blijkt uit de memorie van toelichting. Tevens oordeelde de Raad dat de dienstbetrekking nog niet was geëindigd en dat gelijkstelling met een beëindigde dienstbetrekking niet mogelijk is. Er is geen onvoorziene situatie en eventuele lacunes zijn aan de wetgever.
De Raad bevestigde dat het Uwv terecht ziekengeld heeft geweigerd en dat ook artikel 29, vijfde lid, ZW geen zelfstandig recht op ziekengeld verleent. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld aan appellant omdat zijn situatie niet onder de limitatieve opsomming van artikel 29, tweede lid, Ziektewet valt.