ECLI:NL:PHR:2011:BQ8008

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00578
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest mensensmokkel wegens onvoldoende bewijsmotivering

De verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld voor mensensmokkel door het vervoeren van zeven personen vanuit Duitsland naar Nederland, waarbij hij ernstige redenen had te vermoeden dat deze toegang of doorreis wederrechtelijk was. Het hof legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarbij het de ernst van het feit en eerdere jurisprudentie als uitgangspunt nam.

De verdediging stelde cassatie in met twee middelen. Het eerste middel betrof de onvoldoende onderbouwing van de bewezenverklaring, omdat uit de bewijsmiddelen niet kon worden afgeleid dat de vervoerde personen daadwerkelijk de in de bewezenverklaring genoemde personen waren. Het tweede middel richtte zich tegen de strafmotivering, met name de aansluiting bij eerdere zaken met zwaardere omstandigheden.

De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel slaagt omdat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd en niet duidelijk maakt dat de betrokken personen overeenkomen met de genoemde personen. Het tweede middel faalde omdat de strafmotivering begrijpelijk was. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande hoger beroep.

Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 10/00578
Mr. Vellinga
Zitting: 31 mei 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem wegens "Mensensmokkel" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte de in de bewezenverklaring genoemde personen behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland of doorreis door de Bondsrepubliek Duitsland.
4. Het Hof heeft ten laste van verdachte bewezenverklaard dat:
"hij op 10 december 2006 te Babberich, gemeente Zevenaar en Heldenhoh (Duitsland) anderen, te weten [betrokkene 1] (geboren [geboortedatum] 1974) en [betrokkene 2] (geboren [geboortedatum] 1964) en [betrokkene 3] (geboren [geboortedatum] 1932) en [betrokkene 4] (geboren [geboortedatum] 1995) en [betrokkene 5] (geboren [geboortedatum] 2003) en [betrokkene 6] (geboren [geboortedatum] 2006) en [betrokkene 7] (geboren [geboortedatum] 1996), behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland of doorreis door de Bondsrepubliek Duitsland terwijl hij, verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was, immers heeft verdachte voornoemde personen (vanaf een parkeerplaats in de Bondsrepubliek Duitsland) in zijn, verdachtes auto meegenomen en/of (vervolgens, toen verdachtes auto kapot was) een sleepwagen van [A] BV geregeld (via Route Mobiel) en zijn auto met voornoemde personen laten afslepen naar Nederland, en aldus voornoemde personen de doorreis door de Bondsrepubliek Duitsland en toegang tot
Nederland verschaft."
5. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op 9 december 2006 met zijn auto vanuit Nederland in de richting van Duitsland is vertrokken, dat hij op 10 december 2006 op de terugweg naar Nederland in Duitsland autopech heeft gekregen zodat de auto naar Nederland gebracht moest worden en dat de verdachte op dat moment zeven personen, namelijk een persoon genaamd [betrokkene 2] en volgens diens opgave [betrokkene 2] vrouw, [betrokkene 2] schoonmoeder en [betrokkene 2] vier kinderen in zijn auto vervoerde, welke personen volgens [betrokken 2] allen tegen betaling uit Irak zijn gesmokkeld. Nu de gebezigde bewijsmiddelen niet de personalia van die personen inhouden, kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat die personen de in de bewezenverklaring met naam en geboortedatum aangeduide personen zijn op wie de mensensmokkel volgens de bewezenverklaring betrekking had. De bewezenverklaring is dus onvoldoende met redenen is omkleed.
6. Het middel slaagt.
7. Het tweede middel richt zich tegen de motivering die het Hof aan de strafoplegging ten grondslag heeft gelegd, en dan wel in het bijzonder voor zover het Hof bij de keuze van de straf aansluiting heeft gezocht bij soortgelijke zaken.
8. De strafmotivering van het Hof luidt:
"Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel, een zeer ernstig feit. De personen die verdachte vervoerde, zijn hun geboorteland ontvlucht vanwege de onveilige situatie aldaar en verdachte heeft, vermoedelijk ter financiële bevoordeling van zichzelf, misbruik van die situatie gemaakt. Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op zowel de Nederlandse als de internationale rechtsorde. Bekend is immers dat mensensmokkel vaak tot gevaarlijke en mensonterende situaties leidt.
Het hof heeft bij het bepalen van de strafsoort aansluiting gezocht bij jurisprudentie in soortgelijke zaken. Uit uitspraken (Gerechtshof 's-Gravenhage 21-10-2004, UN AR4501 oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar, Gerechtshof Amsterdam, 12-08-2003, UN AN9336 oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar en Gerechtshof 's-Gravenhage 31-03-2008, LJN BC8264 oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 21 maanden) blijkt dat in dergelijke zaken de oplegging van een (onvoorwaardelijke) vrijheidsbenemende straf passend en geboden wordt geacht. Gelet op deze uitspraken en de hiervoor omschreven ernst van het feit is de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf geïndiceerd. In het voordeel van verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat het stelselmatige karakter in deze zaak ontbreekt en met de omstandigheid dat uit een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 9 december 2009, blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Ten nadele van verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zeven personen heeft gesmokkeld. Bovendien leverde de omstandigheid dat hij de zeven personen vervoerde in een personenauto bestemd voor maximaal vijf personen (inclusief bestuurder), een gevaarlijke situatie op.
Het hof is van oordeel dat de straf die de rechtbank in eerste aanleg heeft opgelegd, en die ook door de advocaat-generaal is gevorderd, voldoende rekening houdt met voormelde omstandigheden, zodat het hof geen aanleiding ziet van deze straf af te wijken."
9. In de door het Hof ter onderbouwing van de keuze voor de vrijheidsstraf aangehaalde zaken zijn de desbetreffende verdachten veroordeeld tot langdurige vrijheidsstraffen ter zake van mensensmokkel, meermalen begaan, in vereniging en/of in beroepsmatig verband gepleegd en ter zake van het leiding geven dan wel deelnemen aan een criminele organisatie. In het onderhavige geval gaat het om één geval van mensensmokkel. Kennelijk heeft het Hof met verwijzing naar bedoelde uitspraken tot uitdrukking willen brengen dat uit die uitspraken spreekt, dat mensensmokkel in elk geval zo ernstig is dat daarvoor in beginsel een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dient te worden opgelegd, ook al is een enkel geval van mensensmokkel niet zo ernstig als de gevallen van mensensmokkel die ten grondslag lagen aan bedoelde uitspraken. Aldus verstaan is dat oordeel niet onbegrijpelijk en behoeft het geen nadere motivering.
10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG