ECLI:NL:PHR:2011:BQ7328
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor internationale verhuizing van kind in gezamenlijk gezag geschil
In deze zaak gaat het om een geschil tussen voormalig echtelieden over de toestemming voor een internationale verhuizing van hun dochter, waarbij zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De moeder kreeg toestemming om met het kind naar Colombia te verhuizen, wat de vader aanvocht in hoger beroep en vervolgens in cassatie. De rechtbank en het hof stelden de hoofdverblijfplaats van de dochter vast bij de moeder en keurden de verhuizing goed, met een omgangsregeling voor de vader.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd door het belang van het kind voorop te stellen en de belangen van beide ouders af te wegen. Hoewel de verhuizing het recht van de vader op persoonlijk contact beperkt, wordt dit gerechtvaardigd door het belang van de moeder en het welzijn van het kind. Het hof heeft de afweging zorgvuldig gemotiveerd en de beoordeling van de feitenrechter is in cassatie niet te toetsen.
De klachten van de vader over onvoldoende motivering en het niet betrekken van de vader-kindrelatie worden verworpen. De Hoge Raad wijst erop dat het hof terecht heeft vastgesteld dat de levensomstandigheden in Colombia geen contra-indicatie vormen en dat het belang van continuïteit en verzorging door de moeder zwaarder wegen dan het behoud van gelijkwaardige omgang. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toestemming voor verhuizing van het kind naar Colombia met behoud van omgangsregeling.