ECLI:NL:PHR:2011:BQ6141
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ANBI-status van stichting zonder feitelijke werkzaamheden bij verkrijging
De zaak betreft Stichting X, opgericht door erflater en zijn echtgenote met het doel steun te verlenen aan charitatieve en wetenschappelijke instellingen. De stichting werd benoemd tot enig erfgenaam onder vruchtgebruik voor de langstlevende echtgenoot. Na het overlijden van erflater ontstond discussie over de ANBI-status van de stichting, omdat zij nog geen feitelijke activiteiten verrichtte en slechts beschikte over een vordering op de langstlevende, die renteloos en onopeisbaar was zolang het vruchtgebruik duurde.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van feitelijke werkzaamheden niet aan de ANBI-status in de weg staat, mede omdat de stichting conform haar statuten pas na overlijden van de langstlevende het definitieve bestuur krijgt en activiteiten kan ontplooien. Het hof stelde echter dat de stichting pas als ANBI kan worden aangemerkt wanneer zij feitelijk activiteiten verricht en over vermogen beschikt, en wees het beroep van de stichting af.
De Hoge Raad herroept het oordeel van het hof en stelt dat het statutaire doel en feitelijke werkzaamheden samen bepalend zijn, maar dat het uitstellen van feitelijke activiteiten vanwege testamentaire bepalingen en vruchtgebruik niet betekent dat de stichting geen algemeen nut beoogt. De stichting heeft een aanzienlijke vordering op de langstlevende en handelt conform de statuten. Hierdoor is zij ten tijde van de verkrijging aan te merken als een algemeen nut beogende instelling, zodat het verlaagde successietarief van toepassing is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond en oordeelt dat de stichting ten tijde van haar verkrijging als algemeen nut beogende instelling moet worden aangemerkt.