ECLI:NL:GHLEE:2004:AR5772
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- J.W. Keuning
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt heffing omzetbelasting over voorschotten bij verbouwing bungalow
Belanghebbende, een ondernemer in bouwmaterialenhandel en verbouwbegeleiding, ontving van de heer D een bedrag van ƒ 9.500,-- contant, dat niet als omzet was verantwoord. De inspecteur legde hierover naheffingsaanslag en een vergrijpboete op wegens het bewust buiten de boeken houden van dit bedrag.
Belanghebbende stelde dat het bedrag een voorschot of waarborgsom was voor bouwmaterialen en dat het bedrag was terugbetaald aan de door heer D ingeschakelde personen. De inspecteur betoogde dat het bedrag een vergoeding was voor de verbouwing en de daarmee gemoeide personeelskosten, en derhalve omzetbelastingplichtig.
Het hof oordeelde dat het bedrag van ƒ 9.500,-- een vergoeding was voor de verbouwing van de bungalow en dat omzetbelasting hierover verschuldigd was. De stelling van belanghebbende dat het om een voorschot op bouwmaterialen ging, werd verworpen vanwege tegenstrijdigheden met de feiten en de normale gang van zaken. Ook de terugbetaling aan anonieme personen werd niet aannemelijk geacht.
Het hof bevestigde dat de boete terecht was opgelegd wegens opzet van belanghebbende om belasting te ontduiken. Wel werd de naheffingsaanslag verminderd met € 31,-- aan belasting en € 16,-- aan boete vanwege een telfout. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
De uitspraak bevestigt de heffing van omzetbelasting over contant ontvangen bedragen die verband houden met prestaties, ook als deze niet expliciet in de administratie zijn opgenomen, en benadrukt het belang van correcte boekhouding en transparantie in fiscale aangelegenheden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd, maar het bedrag van ƒ 9.500,-- wordt terecht in de omzetbelastingheffing betrokken en de boete bevestigd.