ECLI:NL:PHR:2011:BQ3681
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van openlijke geweldpleging zonder vereiste van openbare ruimte
In deze zaak stond de vraag centraal of voor openlijke geweldpleging zoals bedoeld in art. 141 Sr Pro vereist is dat het geweld in een openbare of voor ieder toegankelijke ruimte plaatsvindt. De Hoge Raad bevestigde dat dit niet het geval is; openlijk betekent dat het geweld onverholen en niet heimelijk wordt gepleegd, waardoor de openbare orde wordt aangetast, ongeacht de aanwezigheid van publiek.
Het hof had geoordeeld dat verdachte niet zelf het geweld pleegde, maar door samen met medeverdachten het slachtoffer in te sluiten, agressief gedrag te vertonen en te dreigen, een wezenlijke bijdrage leverde aan het geweld. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk geacht. Ook werd vastgesteld dat het feit dat verdachte niet zelf sloeg geen beletsel is voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van verdachte, waaronder de onjuiste opvatting over de vereiste van een openbare ruimte en het betoog dat het hof het aandeel van verdachte onbegrijpelijk had beoordeeld. De veroordeling tot een werkstraf en voorwaardelijke hechtenis bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor openlijke geweldpleging zonder vereiste van een openbare ruimte.