ECLI:NL:HR:2011:BQ3681
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openlijke geweldpleging in treincoupé volgens art. 141 Sr
Op 27 oktober 2008 pleegde verdachte samen met anderen in een treincoupé openlijk geweld tegen het slachtoffer, bestaande uit insluiten, duwen, slaan en trekken aan het haar.
De zaak kwam in cassatie bij de Hoge Raad tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het centrale geschilpunt was de uitleg van het begrip 'openlijk' in art. 141, eerste lid, Sr, waarbij de verdediging stelde dat een treincoupé geen openbare of voor iedereen toegankelijke ruimte is, en dus geen openlijke geweldpleging kan worden aangenomen.
De Hoge Raad oordeelde dat de term 'openlijk' in art. 141 Sr Pro niet vereist dat het geweld plaatsvindt in een openbare of voor iedereen toegankelijke ruimte. Openlijk geweldplegen betekent dat het geweld zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard, waardoor de openbare orde is aangetast, ongeacht of er publiek aanwezig was of vrije toegang bestond.
Het middel faalde en het beroep werd verworpen. Hiermee werd bevestigd dat ook in een treincoupé openlijke geweldpleging kan worden aangenomen wanneer het geweld zichtbaar en niet heimelijk wordt gepleegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het oordeel van het hof dat sprake is van openlijke geweldpleging wordt bevestigd.